07-01-2008

Bamboestokken kletteren op maskers

maandag 07 januari 2008

ZWOLLE – Ouderwets wapengekletter doorklieft de zondagsrust in de sporthal. Een kleine vijftig Kendo- beoefenaars gaan elkaar met stijl en bamboestok te lijf. Langgerekte ‘oehs’ en ‘aahs’ nadat het houten zwaard een tegenstander op het gemaskerde hoofd raakt. Welkom op een centrale training Kendo.

Het is een lange weg van de Japanse slagvelden naar de rode bakstenen van de Stilo Sporthal in Zwolle. De Japanse martial art Kendo kent zijn oorsprong in de zeventiende eeuw. De klederdracht is nog als in de tijd voordat het vuurwapen zijn intrede deed in de oorlogsvoering. De meeste leerlingen gaan verborgen onder lange, donkere pijen en een masker dat het gezicht verbergt en beschermt. Aan de ene kant van de zaal krijgt een ‘beginnersgroepje’ les. Sommige dragen al het pak, anderen gaan elkaar in trainingsbroek te lijf. Bij de gevorderden is de gehele groep in wedstrijdkledij.

Louis Vitalis is de man om wie het bij de gevorderden draait. De Amsterdammer is met een zevende Dan de hoogst gegradueerde Kendo-meester van Europa. In de pauze legt Vitalis uit wat de sport voor hem zo mooi maakt. ,,Kendo was voor de Japanse ridders, de samoerai, wat het schermen voor de westerse ridders was. Ze bevochten elkaar met het zwaard. Dat zwaard is nu van bamboe, want anders houd je wel heel weinig leerlingen over, haha. Waar het in deze sport om gaat, en daarin verschilt het van de westerse sporten, is respect en etiquette. Een training begint en eindigt met een begroeting; in een wedstrijd is het niet de bedoeling dat je juichend wegloopt na een score. Natuurlijk sta je er om je tegenstander te verslaan, maar dat moet wel met respect gebeuren.”

Je kunt punten scoren door je tegenstander met je bamboezwaard op het hoofd, de pols of de borst te raken, legt Vitalis uit. “En dan is het ook nog zo dat je een stilistische lichaamshouding hebt; je moet rechtop staan. Niet allerlei vreemde manoeuvres moeten uithalen om een punt te maken. Het moet er netjes uitzien, zeg maar.” Kendo, zegt Vitalis, is een sport voor iedereen. ,,Dat zie je hier ook in de zaal: jongens en meisjes, jong en oud. Het is ook een veilige sport, maar wel full contact en intensief.”

Joke de Jong schuift aan tafel. ,,Dit is Joke”, zegt Vitalis. ,,Ze is onze penningmeester.” Joke de Jong (50) is ook in vol Kendo-ornaat. De in Staphorst woonachtige De Jong zwaait al sinds 1978 met de bamboestok. ,,Ik heb de vierde dan. Dat is niet zo hoog, maar wel redelijk. Ik ben blij met deze centrale training, want meestal moeten wij naar het westen. Waarom? Nou, omdat de zaal een probleem is. Niet hier, deze hal is perfect. De vloer is nog mooi ouderwets van hout en veert mee. Dat is belangrijk, want we springen veel en op blote voeten op een betonnen ondergrond springen is niet fijn.”

Reacties zijn gesloten.